9 mei 2008
(bron: De Pers)
Invasie door goedkope wodka
Bram Peeters reist langs de oostgrenzen van Europa. Deel vier: de Slowaaks-Oekraïnse grens dwars door Szelmenc.
‘Opeens was er prikkeldraad en mocht niemand er meer doorheen. Ik kon niet meer naar mijn school, die stond aan de andere kant, en ook niet meer naar het graf van mijn ouders. Bij latere begrafenissen brachten we de kist naar het hek, zodat de familieleden aan de andere kant van de grens afscheid konden nemen.’
Szelmenc, het dorp van Mitro Ambrush (80) werd na de Tweede Wereldoorlog plotseling en zonder uitleg in tweeën gesplitst door de Sovjettroepen. Het merendeel van de 800 dorpelingen kwam in Slowakije (toen nog Tsjechoslowakije) te wonen. De rest van de mensen, onder wie ook Ambrush, een paar meter verderop in Oekraïne (destijds de Sovjet-Unie), in Klein Szelmenc, zoals het dorp aan de Oekraïnse kant kwam te heten.
Niet dat de dorpelingen, zonder uitzondering etnische Hongaren, ook maar enige band met die landen voelden. Ze hadden al eerder op vergelijkbare manier een nieuwe nationaliteit gekregen met het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Sommigen wonen inmiddels in hun vijfde land, zonder ooit te zijn verhuisd.
Na de val van de Sovjet-Unie ging de grens open. Dat wil zeggen: je kon bij grensposten de grens oversteken. Maar Szelmenc had geen grenspost. Hoewel familieleden vaak letterlijk tien meter verderop woonden, moesten ze via de dichtstbijzijnde grenspost een reis van in totaal 160 kilometer maken om elkaar te kunnen opzoeken. Toen Slowakije lid werd van de Europese Unie, werd de reis nog langer en kwamen er visa bij kijken van 35 euro per stuk.
Na bemoeienis van een Amerikaans-Hongaarse organisatie kwam er twee jaar geleden dan eindelijk een grensovergang voor voetgangers in het dorp. Dat wil zeggen: voor de dorpelingen die zich de aankoop van een paspoort en visum kunnen veroorloven. Want dat kost de gemiddelde bewoner zo’n twee maandinkomens. De dorpsbewoners in Groot Szelmenc aan de Slowaakse kant hebben voor Oekraïne geen visum nodig en kunnen sinds twee jaar vrij gemakkelijk naar de andere kant lopen om hun familie te zien. Ze vormen tegenwoordig slechts een fractie van het grensverkeer. Slowaken uit de hele regio maken gretig gebruik van de grensovergang, omdat levensmiddelen en met name alcohol en tabak stukken goedkoper zijn in Oekraïne.
Burgemeester van Groot Szelmenc, Lajos Toth, is daar niet gelukkig mee. ‘We wilden een overgang uitsluitend voor onze bewoners. Nu wordt de grens misbruikt door Slowaken die hier alleen komen vanwege de wodka en sigaretten.’
Voor het huis van de 67-jarige Peter Lizak staan iedere dag hordes Slowaken met lege boodschappentassen in de rij voor de kleine grensovergang. Zijn huis staat een meter naast het grenshek aan de Slowaakse zijde. Op zijn tuinhek hangt een bordje met de tekst Pozor Pes!, Hongaars voor pas op voor de hond. Lizaks achtertuin kijkt uit op de nog steeds bemande wachttoren, in zijn keuken klinken de stemmen van de bewoners van de Oekraïense kant. Tot twee jaar terug onderhield hij zo contact met zijn familie achter het hek. Sinds de opening van de grenspost gaat hij iedere week naar de andere kant. ‘Om mijn familie te zien en wat spullen te kopen’. Hij wijst naar de koekjes en de Oekraïense cognac op zijn tafel. ‘Mijn dorpsgenoten aan de overzijde doen er goede zaken mee.’
De kooplust van de Slowaken heeft het aanzicht van Klein Szelmenc drastisch veranderd. Twee jaar geleden was het een dorp als elk ander in Oekraïne: houten huisjes aan weerszijden van een lange zandweg en oude vrouwtjes zittend op bankjes. Anno 2008 zijn er tientallen geïmproviseerde winkeltjes in keten, schuren en tuinen bijgekomen.
‘Dit had niemand voor mogelijk gehouden’, zegt Morika Khimich. Samen met een vriendin runt ze een winkeltje met snoep en sportschoenen. De 40-jarige Morika is in haar hele leven slechts één keer aan de andere kant geweest; ondanks de goede zaken zijn de visa ook voor haar te duur. ‘Ik zou nog graag mijn familie willen zien die slecht ter been is en niet hier kan komen.’
De burgemeester van Klein Szelmenc, Jozef Illar, vindt het een schande dat zijn mensen nog steeds niet gemakkelijk de grens kunnen oversteken. ‘We hopen dat er een verdrag komt zoals dat tussen Oekraïne met Hongarije, waar de bewoners van het grensgebied de grens zonder visum kunnen oversteken. Slowaakse en Oekraïense politici hebben er kort geleden nog overleg over gehad.’
|
| Volgens mij is Pozor Pes gewoon Slowaaks en niet Hongaars... |
| geschreven door Niels (10-05-2008) |
| Weet wel zeker dat Pozor Pes Slowaaks is. |
| geschreven door stefan (10-05-2008) |
| Was mij niet opgevallen in het bericht (overgenomen van De Pers), maar "Pozor pes" is natuurlijk Slowaaks |
| geschreven door Patrick (Slowakije.net) (11-05-2008) |
| Reageren |
\n');
if (DYbanner_ShockMode) {
document.write('<'+'script type="text/javascript" language="javascript1.1" charset="UTF-8" src="http://dy.testnet.nl/BANNER/c=13086/p=0/f=63/a=99569/s=' + DYbanner_siteID + '/?ts='+new Date().getTime()+'">');
}
else if (!(navigator.appName && navigator.appName.indexOf("Netscape")>=0 && navigator.appVersion.indexOf("2.")>=0)) {
document.write('<'+'script type="text/javascript" language="javascript1.1" charset="UTF-8" src="">');
}
// -->