Actueel nieuwsbericht
naar het actuele nieuwsoverzicht
Gasconflict heeft Europa aan zichzelf te wijten16 januari 2009 (bron: NRC Handelsblad)Rusland heeft het Europese geld net zo hard nodig als de Europese landen het Russische aardgas De jaarlijkse problemen met Russisch gas zijn in feite de schuld van de EU. Europa laat zelf toe dat Rusland de landen tegen elkaar uitspeelt, betoogt Anne Applebaum. Zoals elk continent heeft ook Europa zijn rituelen. In de lente komen de ooievaars uit hun winternesten in Afrika terug naar de Lage Landen. In de herfst komen de Fransen van hun stranden in het zuiden terug naar Parijs. En in de winter dreigen de Russen de aardgastoevoer naar Oekraïne af te sluiten. Goed, ze doen het niet elke winter. Maar ze deden het in de winter van 2005-'06, ze deden het in 2006-'07, en toen ze op Nieuwjaarsdag opnieuw de kraan dichtdraaiden, was het onmogelijk om geen vermoeid déjà vu-gevoel te krijgen. Net als in eerdere jaren zijn de onderhandelingen dit jaar bijna te ingewikkeld om uit te leggen, doordat niet alleen de Russische gasreus Gazprom erbij betrokken is, maar ook duistere tussenpersonen, en doordat dubieuze afspraken en uiteenlopende prijsmechanismen een rol spelen. Net als in eerdere jaren beweert Rusland ook dit jaar dat het geschil zuiver zakelijk en niet politiek is, dat Oekraïne Europa’s gas steelt en dat Oekraïne geen redelijke prijs betaalt. Maar anders dan in eerdere jaren klinken die beweringen dit jaar buitengewoon hol. Om te beginnen was het de Russische premier Vladimir Poetin en niet de directie van Gazprom die openlijk besloot het gas af te sluiten. En belangrijker nog: de Oekraïners, die in het verleden veel gerommel met de pijpleiding op hun geweten hadden, waren dit keer maar al te bereid hun doorvoerleidingen door de Europeanen en Russen te laten controleren. Ook hebben ze hun (enorme) schuld aan Gazprom betaald en – eindelijk – gevraagd om een transparanter systeem van prijsstelling, te vergelijken met dat in West-Europa (een algoritme dat de gasprijs aan de olieprijs koppelt). Afgelopen weekeinde werd zelfs een overeenkomst met de Russen bereikt, waarbij te elfder ure werd bemiddeld door onderhandelaars van de Europese Unie. Vervolgens weigerden de Russen weer twee dagen om te tekenen, waarna ze toestemden om – tenminste in principe – de kraan open te draaien, maar het ten slotte toch weer niet helemaal deden. Vanwaar die vertraging? En waarom moet de afsluiting van die gastoevoer eigenlijk zo lang duren? We praten hier over het Rusland van Poetin, dus aan theorieën geen gebrek. Misschien dachten de Russen dat de Oekraïners te midden van een economische en financiële crisis die enorme schuld aan Gazprom niet zouden kunnen betalen. Misschien hoopten ze de Oekraïense leiders een slechte naam bij de Europese Unie te bezorgen. Misschien wilden ze alleen maar dat het licht in Bratislava of Brindisi uitging om iedereen te laten schrikken. Of misschien probeerde Poetin, zoals sommigen menen, de Russen van hun eigen dreigende economische en financiële crisis af te leiden. In feite maakt het in dit geval niet uit. Het belangrijkste verhaal gaat namelijk niet over Rusland en Oekraïne, maar over Europa en in het bijzonder de Europese Unie. Europa, zoals een Hongaarse vriend vorige week tegen me zei, ‘houdt zich bezig met overbodigheden en gaat voorbij aan alles wat belangrijk is’. En daar zit iets in. Er zijn EU-voorschriften om worst te maken, EU-interculturele dialogen, zelfs EU-pogingen om tot vrede in Gaza te komen. Maar hoewel het grootste deel van Europa – van Italië en Frankrijk tot Bulgarije en Slowakije – een deel van zijn gas uit Rusland krijgt, heeft de EU nog altijd geen echt energiebeleid en ook nog altijd geen echt, gezamenlijk Ruslandbeleid. Integendeel, Gazprom – dat zelfs niet meer de schijn ophoudt iets anders dan een instrument van de Russische buitenlandse politiek te zijn – maakt nog altijd afzonderlijke afspraken per land met Europese gasbedrijven, die één voor één het mes op de keel gezet krijgen. Poetin hanteert in zijn omgang met Europa nog altijd een verdeel en heerstactiek, waarbij hij Italië speciale regelingen biedt, politici in Duitsland paait en de gastoevoer naar Oekraïne afsluit. En die tactiek werkt: in 2006, toen de West-Europeanen opeens de druk in hun pijpleidingen voelden dalen, protesteerden ze luidkeels. Toen dit jaar de kleuterscholen in Bulgarije even in het donker zaten, leek niemand in Brussel zich daar druk om te maken. In de wetenschap dat de Russen onbetrouwbaar zijn, leggen de Europese klanten van Rusland nu reserves aan, wenden zich tot andere bronnen (de Noren pompen als bezetenen gas op) en duimen dat de Russen en Oekraïners bijtijds weer bij zinnen komen. In plaats van al hun vernuft aan te wenden om een echt veilig systeem te creëren – door meer gebruik van vloeibaar aardgas, meer kerncentrales, schone kolen – laten de meeste Europese landen het bij provisorische oplossingen. In plaats van zich te bedienen van hun collectieve onderhandelingsmacht, gedragen ze zich alsof ze afhankelijk zijn van Gazprom. Terwijl het omgekeerde evenzeer geldt: de Russen hebben het geld bijna even hard nodig als de Europeanen hun gas. In plaats van jaarlijks op 1 januari crisisonderhandelaars te sturen, zouden de Europese leiders zich op een oplossing van dit probleem kunnen richten. Ik zou de gebeurtenissen van de afgelopen week graag beschrijven als een ernstige waarschuwing, maar er zijn al zoveel waarschuwingen geweest. Wanneer gaat Europa er eens acht op slaan? Anne Applebaum is columnist van de Washington Post. |
Uitgelicht


Forum:
1 reactie) 
