16 juni 2010
(bron: NRC Handelsblad)
De vier rechtse oppositiepartijen in Slowakije, die tijdens verkiezingen zaterdag gezamenlijk een meerderheid behaalden, zijn het gisteren al eens geworden over de vorming van een nieuwe regering, buiten de officiële formateur om.
Formeel mag de zittende premier, de socialist Robert Fico, nog tot volgende woensdag proberen om een nieuw kabinet samen te stellen – zijn Smer (Richting) eindigde zaterdag veruit als grootste partij. Maar door de rechtse coalitieverklaring is hij kansloos. Fico had de rechtse partijen nodig om een coalitie te smeden.
Volgens het coalitieakkoord wordt Iveta Radičová, leider van de christen-democratische SDKÚ, de nieuwe premier. Radičová, een 53-jarige sociologiedocente die vorig jaar vergeefs een gooi deed naar het presidentschap, wil zo snel mogelijk langs bij president Ivan Gasparovic, een bondgenoot van Fico, om de verklaring te overhandigen.
Financiële markten reageerden vandaag positief op het vooruitzicht van een nieuwe, hervormingsgezinde regering. De vier partijen, die over 79 van de 150 zetels in het parlement beschikken, hebben beloofd het begrotingstekort, de staatsschuld en corruptie aan te pakken. De economie van het euroland kromp vorig jaar met 4,7 procent, de werkloosheid ligt rond 12 procent.
Ook zullen er stappen worden ondernomen om de positie van etnische minderheden in Slowakije, zoals Hongaren en Roma (zigeuners), te verbeteren. Onder Fico, die regeerde met ultranationalisten, werd omstreden wetten aangenomen, die de Slowaakse identiteit moest versterken ten koste van andere culturen in het land.
Een van de coalitiepartners van Radičová is Most-Hid, een nieuwe, gematigde partij van etnische Hongaren. De leider daarvan, Béla Bugár, is ook populair onder niet-Hongaren.
Radičová, die de eerste vrouwelijke premier van Slowakije kan worden, streeft er naar om een regering te vormen met ministers zonder communistisch verleden. Dat zou voor het eerst zijn sinds de val van het communisme in 1989.
|