22 september 2006
(bron: Reformatorisch Dagblad)
Politiek Boedapest zou wel eens kunnen resulteren in échte etnische spanningen
De mishandeling van een Hongaarssprekende studente in de Slowaakse stad Nitra begin deze maand heeft de spanning tussen Hongarije en Slowakije doen oplopen. Volgens diverse media is de gespannen verhouding het gevolg van de nieuwe Slowaakse regering die anti-Hongaars en populistisch zou zijn. Niets is minder waar, stelt drs. Leon van Damme.
Al vanouds zijn de verhoudingen tussen Slowaken en Hongaren uiterst gespannen. Tot en met de Eerste Wereldoorlog maakten Slowaken deel uit van het Hongaarse Rijk, dat een wrede zogenaamde magyarisatiepolitiek voerde: elk streven naar erkenning van de nationale identiteit werd in de kiem gesmoord.
Na de Eerste Wereldoorlog waren de rollen echter precies omgedraaid. Slowakije, nu deel van de eerste Tsjechoslowaakse Republiek, kreeg krachtens het Verdrag van Trianon (1920) bijna 50.000 vierkante kilometer Hongaars grondgebied toegewezen. De daar levende Hongaarse minderheid kreeg vervolgens te maken met een ’slowakiseringsbeleid’, dat in veel opzichten leek op de magyarisatiepolitiek.
Koude Oorlog
Tijdens de Koude Oorlog onderdrukte Moskou zo veel mogelijk de eventuele spanningen tussen de ’broederstaten’. Maar nadat Tsjechië en Slowakije in de zomer van 1992 besloten uiteen te gaan, liepen de spanningen tussen Hongarije en Slowakije opnieuw hoog op. De Hongaarse minderheid, gesteund door de Hongaarse regering onder leiding van premier József Antall, keerde zich fel tegen de deling en eiste verregaande autonomie.
De angst bestond dat een onafhankelijk Slowakije zou leiden tot toenemende discriminatie en beperking van de politieke en culturele rechten. Slowakije wees de eis voor autonomie echter resoluut van de hand, omdat het meende dat dit een eerste stap was in de richting van afscheiding en aansluiting bij Hongarije.
De Slowaakse angst bleek niet ongegrond: premier Antall van Hongarije verklaarde zich de premier van alle Hongaren te beschouwen, dus ook die van de 3,5 miljoen etnische Hongaren in de buurlanden Roemenië, Servië, Oekraïne én Slowakije.
En hier wringt nu precies het probleem: Hongarije weigert tot op heden om zich neer te leggen bij de grenzen die door het Verdrag van Trianon zijn vastgesteld. Het zijn dan ook de groot-Hongaarse aspiraties van de Hongaarse regering die voortdurend zorgen voor spanningen tussen beide buurlanden. Niet zozeer het beleid van de Slowaakse regering.
Minderheden
In de eerste plaats probeert de Hongaarse regering haar etnische minderheden zo veel mogelijk aan zich te binden door het geven van allerlei speciale subsidies en rechten. Hongaarse ouders die hun kinderen naar Hongaarstalige scholen sturen, kunnen bijvoorbeeld rekenen op kinderbijslag van de Hongaarse regering. Verder hebben Hongaren in het buitenland recht op een Hongaars identiteitsbewijs -waarmee zij aanspraak kunnen maken op medische hulp en onderwijs in Hongarije- en mogen ze viermaal per jaar gratis naar Hongarije reizen.
In de tweede plaats grijpt de Hongaarse regering elke gelegenheid aan om de internationale gemeenschap te overtuigen van de vermeende slechte positie van de Hongaarse minderheid in Slowakije. Dit was vooral het geval tijdens het autoritaire regime van Vladimír Mečiar (1993-1998). Hoewel Mečiar alleszins aanleiding gaf tot een argwanende houding van de internationale gemeenschap, verklaarden rapporteurs van zowel de Raad van Europa als de OVSE niettemin dat de rechten van de Hongaarse minderheden voldoende waren gewaarborgd.
Coalitie
Ook de laatste jaren was er voor de Hongaarse regering geen enkele reden Bratislava te kapittelen. Nadat de gematigde Dzurinda in oktober 1998 Mečiar als premier was opgevolgd, kwam er een coalitie tot stand waaraan ook de Partij van de Hongaarse Coalitie (SMK-MKP) deelnam. Nu dit jaar echter een nieuwe regering aan de macht is gekomen met rechts-populistische partijen als de SNS van Ján Slota en de HZDS van Mečiar, ziet Boedapest zijn kans weer schoon. Incidenten als de molestatie van de Hongaarse studente Hedviga worden dankbaar aangegrepen om de internationale gemeenschap opnieuw te wijzen op de ’verslechterende positie’ van de Hongaarse minderheid in Slowakije.
Veel kans op een ander Hongaars beleid is er niet. Nu premier Gyurcsány vanwege verkiezingsfraude onder grote binnenlands-politieke druk staat, zal hij er alles aan doen om de aandacht af te leiden. Bovendien staan voor 1 oktober gemeenteraadsverkiezingen gepland. Als Gyurcsány niet sterk genoeg reageert op incidenten in Slowakije, zal de rechtse oppositie onmiddellijk roepen dat de regering ook de Hongaren over de Donau in de steek laat.
Het is evenwel een gevaarlijk spel dat Boedapest speelt. Door incidenten onnodig te overdrijven en te betitelen als etnisch geweld, bestaat het gevaar van een selffulfilling prophecy. In dat geval zou de Hongaarse politiek wel eens kunnen resulteren in échte etnische spanningen, die nu nog niet bestaan. Dat dit een bedreiging zou zijn voor de stabiliteit in Centraal- en Oost-Europa behoeft geen betoog. Het antwoord is aan Boedapest.
De auteur studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en studeerde af op een onderzoek naar het Nederlandse Oost-Europabeleid na de Koude Oorlog.
|
Slecht....
|
| geschreven door anoniem (27-09-2007) |
| Reageren |
\n');
if (DYbanner_ShockMode) {
document.write('<'+'script type="text/javascript" language="javascript1.1" charset="UTF-8" src="http://dy.testnet.nl/BANNER/c=13086/p=0/f=63/a=99569/s=' + DYbanner_siteID + '/?ts='+new Date().getTime()+'">');
}
else if (!(navigator.appName && navigator.appName.indexOf("Netscape")>=0 && navigator.appVersion.indexOf("2.")>=0)) {
document.write('<'+'script type="text/javascript" language="javascript1.1" charset="UTF-8" src="">');
}
// -->